Redacteur Register-Sportpodologie.

Joop Creemers.
Auteur van de bijdragen over nieuwe ontwikkelingen of wetenswaardigheden binnen zijn specialisme de 'Registersportpodologie' is Joop Creemers, docent Sportpodologie aan de Academie voor Podologie en mede eigenaar van ‘Podocentrum Shoe-Fit, Engerstraat 4, 5931 EL in Tegelen. T. 077- 3260083 I. www.shoefit.nl

Podocentrum Shoe-Fit is ontstaan door een samenwerking tussen Joop Creemers en Marianne van den Beucken, en is een bedrijf dat zich volledig gespecialiseerd heeft op voeten in relatie met schoenen. Dit alles binnen het functionele bewegen (ADL, sport, werk).
Onder de bedrijfsmotto’s: Meten is weten, en Innovatief voor voeten; heeft Shoe-Fit haar meettechnieken naar een wetenschappelijk niveau gebracht; objectief en reproduceerbaar. Enkele voorbeelden waar dit duidelijk in terugkomt zijn o.a. de voet- en loopanalyse en rugmeting.


Sportpodologie - een vak apart.

In deze eerste bijdrage wil ik u meer inzicht en kennis laten opdoen over het beroep sportpodoloog. Vaak weet men niet wat dit vak inhoudt, dus ook niet wat het voor klachten bij de sporter kan betekenen.
In de wandelgangen hoor je vaak; sportpodologie?, dat is toch bijna hetzelfde dan de podologie; maar dan meer gespecialiseerd voor de sport, dus van die zachtere dekjes?
De praktijk is gelukkig een heel ander verhaal.
Het grote verschil tussen een sportpodoloog en podoloog is het feit dat de eerste zeer veel aandacht besteed aan de sportschoenen. Tevens kijkt de sportpodoloog veel dieper naar de dynamica van de sporter, dus loopstijl, afwikkeling, standfase etc.
De sportschoenen zijn letterlijk de basis voor de sporter. De diversiteit van het aanbod aan sportschoenen maakt het noodzakelijk om hier gedegen kennis van te hebben. De sportpodoloog is hier speciaal voor opgeleid. Dit geldt natuurlijk voor hardloop- en wandelschoenen maar ook voor de andere sporttakken; tennis, hockey, voetbal, indoor etc.
Pas als de sportpodoloog de “beste” schoen voor de sporter gevonden heeft, en er blijken toch enkele aanpassingen noodzakelijk te zijn, dan pas worden sportsteunzolen vervaardigd. Dit zijn dan geen ADL (dagelijks leven) steunzolen met een zacht dekje. Daar de dynamische voet (bewegen) zich compleet anders gedraagt dan de statische voet (staan), zal de sportsteun compleet anders opgebouwd moeten worden dan de ADL zolen.
Het motto van de sportpodoloog is dan ook: “ Eerst schoenen, dan pas kijken of steunzolen nog nodig zijn.”
Als voorbeeld enkele foto’s over het “nut” van goede sportschoenen.

Joop Creemers.

Effect van de juiste schoen op de voetstand.

Overpronatie, gecorrigeerd door het dragen van de juiste schoen.


Tijdens het buitenwaarts wegstappen (bijv. handbal, volleybal, badminton) een overbelasting op de laterale
(= buiten) rand van de voet, die door de juiste indoorschoen gecorrigeerd wordt.



Artikel 2-2 Tweede paar schoenen, en dan dezelfde?

Heb ik wel of niet een tweede paar sportschoenen nodig of niet. Zo ja, neem ik dan dezelfde?
Een vraag die veel lopers zichzelf zullen stellen en waarop de literatuur veel verschillende antwoorden geeft. Laten we ons eerst eens concentreren op het eerste gedeelte van de vraag:

Tweede paar schoenen wel of niet nodig?

Om deze vraag te kunnen beantwoorden moeten we enkele aspecten van de schoen bekijken. Een belangrijk onderdeel van de schoen dat ontvankelijk is voor belasting is de tussenzool en de evt. dempingsunit van de schoen. Beide vervormen onder invloed van de belasting. Deze vervorming en met name de “terugveer” mogelijkheid bepaalt de duurzaamheid en belastbaarheid van de schoen. Voorbeeld: Als je op een ballon springt, dempt hij één keer en daarna naar alle waarschijnlijkheid niet meer. Je kunt hem één keer gebruiken. Hetzelfde op een matras levert veel meer springmogelijkheden.

Het materiaal van de tussenzool is bij een goede sportschoen zeer duurzaam. Het gebruikte materiaal komt snel naar zijn originele positie terug, na te zijn ingedrukt (lees belast). Echter na een 1 uur sporten levert zelfs het beste tussenzool materiaal wat in op “terugveer-eigenschappen”. In de praktijk duurt het ongeveer 48 uur voordat het materiaal helemaal is “hersteld”. Daarna is de tussenzool weer optimaal te gebruiken.

Dit laatste aspect levert ons het antwoord dat we zoeken. 48 uur zijn 2 dagen, dus we kunnen in principe de sportschoenen om de dag gebruiken. Of te wel 3 - 4 per week kun je op één paar schoenen lopen, zonder ze extra te verslijten. Gaan we meer dan 4 keer in de week lopen dan kan de tussenzool niet meer optimaal herstellen en zal een volgende belasting de schoen sneller doen slijten.

Dus indien we optimaal van de sportschoen gebruik willen maken dienen we, indien we regelmatig vaker dan 3 - 4 keer per week sporten, een 2de paar schoenen aan te schaffen. Dan heeft het zowel belasting technisch als financieel voordeel voor u als sporter. Let wel de 3 - 4 keer per week telt alleen indien men om de andere dag loopt; niet als we elke dag na elkaar lopen ( bijv. vrijdag, zaterdag, en zondag). Er zitten dan geen 48 uur tussen de opvolgende belasting.

Dan naar het tweede gedeelte van de vraag:

Moet ik dan dezelfde schoen kopen?

Deze vraag geeft in de literatuur de meeste discussie stof.
Sommige auteurs zeggen: “Neen, niet dezelfde schoenen nemen, want dan wennen de spieren van de voet en het onderbeen aan de belasting, cq. de schoen.”
Andere auteurs beweren juist het tegendeel.
Onder de laatste groep schaar ik mezelf en ik zal u proberen uit te leggen waarom.

Allereerst is het van belang af te spreken wanneer de eerste schoen de “goede” is. Dan pas heeft het zin, om over een tweede paar van het zelfde type te praten.
Wij zien een goede schoen als een schoen die biomechanisch voldoet aan de eisen van de loopstijl van de sporter (goede afwikkeling, voldoende stabilisatie) en die de sporter qua pasvorm en loopcomfort goed bevalt. (De complete definitie is voor de context van dit verhaal veel te lang, maar de essentie moge duidelijk zijn).We gaan er van uit dat er maar één ideale, functionele schoen is voor de desbetreffende sporter op bovengenoemd gebied.
Dit wil zeggen dat indien twee verschillende typen schoenen zowel biomechanisch als pasvorm technisch met elkaar overeenkomen dit als één functioneel model wordt beschouwd. Dat dit laatste in de praktijk voorkomt is nagenoeg nihil.

Terug naar de vraagstelling.
Laten we eens een ander “correctie- cq. hulpmiddel” onder de loep nemen: een bril of contactlensen. Het vreemde aan deze hulpmiddelen is, dat men de vraag van voorheen hierbij niet stelt. Niemand haalt het in zijn hoofd om een tweede bril of contactlens met andere sterkte te nemen omdat de ogen misschien zouden wennen aan het correctie middel; of sterker nog dat de spieren van de ogen zouden wennen. Het is juist zeer praktisch gebleken indien men de juiste aangemeten brilsterkte heeft en dat de spieren dus kunnen wennen. Men kan veel ontspannender kijken en/of lezen. Juist doordat de spieren zich niet meer zoveel hoeven in te spannen kunnen we het kijken langer volhouden (zonder dat we bijvoorbeeld vermoeide ogen of zelfs hoofdpijn krijgen).

Spiegel je bovenstaand verhaal naar de sportschoen dan beantwoord je automatisch het tweede gedeelte van bovengenoemde vraag.
Indien men de “goede” schoen heeft gevonden is het een goed idee dezelfde schoen als tweede schoen aan te schaffen. In de praktijk levert dit toch nog wel eens de nodige problemen op omdat het wisselen van de modellen van de sportschoenen erg snel gaat.
Een goede sportschoenadviseur kan u echter op het juiste pad helpen. Hij weet welk model het beste te vergelijken is met uw vorig model. Let op: Dit hoeft niet binnen hetzelfde merk te vallen. Sommige “opvolgers” zij helaas geen “opvolgers”.